Van het naar haar?

Afgelopen zaterdag repte ik mij van de Antwerpse Boekenbeurs naar het jubileumconcert van een koor waarin enkele bekenden meezingen. Het koor had een professionele presentatrice in de arm genomen: een aangename, warme altstem (maar zonder het storende nadrukkelijk rasperige dat Lies Steppe zo graag cultiveert) die – letterlijk – poëzie toevoegde aan het muzikale programma. Het bleek een dame te zijn die de lessen voordracht geeft aan de plaatselijke academie voor muziek, woord en dans. Uit nieuwsgierigheid nam ik een kijkje op de webstek van de bewuste academie, waar ik zag dat men er ook voor andere opties in de richting ‘woord’ kan gaan, zoals creatief schrijven. Alleszins hoop ik dat de bindtekstmevrouw van zaterdagavond dàt vak niet doceert, want haar overigens prettige presentatie werd meermaals ontsierd door onaangename taalfouten. Met als pijnlijke uitschieter – tot twee of drie keer toe – zinnetjes als “het koor draagt haar voorzitter op handen”.

Dat het gevoel voor woordgeslacht ook bezuiden de Moerdijk aan het afslijten is, valt mij al jaren op. Ik noem de spreekwoordelijke grens tussen zuid en noord niet zomaar, want uiteraard is die vervaging binnengesijpeld vanuit het Noord-Nederlands, waar men zelfs van een koe zegt dat hij melk geeft. Intussen vermeldt ook de dikke Van Dale na ‘koe’: de, v/m! Het is op zich al een veelzeggende evolutie dat dit baken binnen onze taal niet meer, zoals vroeger, gewoon mannelijk of vrouwelijk noteert na een lemma; waardoor men automatisch wist dat het ‘de’ was. Dat Noord-Nederlanders hun katten over één en dezelfde mannelijke kam scheren, is met een beetje goede wil nog te aanvaarden omdat de meeste mensen het woord kat als een soortnaam zien voor de exemplaren van beide geslachten. Voor een koe is het daarentegen niet evident verbaal als transgender door het leven te moeten gaan, want niemand zegt koe tegen een stier: koe is nogal eenduidig de verwijzing naar de vrouwelijke versie van een rund (en van een aantal andere zoogdiersoorten met enige lichaamsomvang).

Als het over woorden gaat waar niet duidelijk een lichamelijk geslachtskenmerk op te kleven valt, is de situatie nog erger geworden. Wie hoort op radio of televisie nog naar de regering verwijzen met ‘zij’? Nochtans is Van Dale ondubbelzinnig: regering is vrouwelijk, zoals iemand met een normaal taalgevoel met zijn ellebogen weet.

Is het al een raadsel waarom, zoals blijkt, veel taalgebruikers graag vermannelijken, dan wordt het nog onbegrijpelijker dat men steeds vaker in het vrouwelijk hoort verwijzen naar onzijdige woorden. Het Nederlands heeft maar twee versies van het enkelvoudig bezittelijk voornaamwoord in de derde persoon – zijn en haar – terwijl het met drie woordgeslachten werkt: mannelijk, vrouwelijk en onzijdig. De afspraak is dat naar onzijdige woorden wordt verwezen met ‘zijn’. Dus als de voorzitter van een koor zeer wordt gewaardeerd door dat koor, dan draagt het zijn voorzitter op handen. Een prettig presenterende verschijning kan dat niet goedmaken: ook uit haar mond blijft het klinken als een vloek.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s