Prozaïsche reflecties bij een poëtische aanleiding

Het koor waarvan ik voorzitter ben, heeft een nieuw werk besteld bij componist Jos Mertens. Hij koos voor een gedicht van Willie Verhegghe. Onwillekeurig werd ik terug in de tijd geworpen, naar die avond toen de jongste bundel van Verhegghe werd voorgesteld, een verzameling van zijn werk als stadsdichter van Ninove. Ik weet nog hoe verbaasd ik toen was: tot twee keer toe en door twee verschillende mensen werd er tijdens de bundelvoorstelling in het cultuurcentrum van Ninove op gewezen dat de kiem voor het stadsdichterschap in Ninove en bij uitbreiding dus ook voor de bundel Oude stoute wijze stad in 2003 werd gelegd door een lid van de toenmalige oppositie in de gemeenteraad. Een dame die vond dat Ninove na Antwerpen en Gent niet mocht achterblijven en een eigen stadsdichter verdiende.

In tegenstelling tot hoe het zo’n verhaal in mijn gemeente zou vergaan, viel het idee van Rozemie Steyaert in enthousiaste, vruchtbare aarde en kon Willie Verhegghe al eind januari 2004 als stadsdichter aan de slag. In mijn eigen gemeente durf ik niet achterom te kijken om na te gaan hoeveel waardevolle ideeën hier nooit van de grond zijn geraakt of zonder meer de nek werden omgewrongen omdat ze het ongeluk hadden uit de verkeerde hoek te zijn gelanceerd.

Maar in Ninove lag twaalf jaar later een bundel met sterke, geëngageerde gedichten voor, een boekje dat het stadsbestuur met recht en reden als fraaie pluim op zijn hoed mag prikken. En dat deed het bestuur toen inderdaad, compleet met een verzorgde, muzikaal prachtig omkaderde en door grande dame Chris Lomme gebrachte voorstelling, met een betaalbaar uitgegeven boek, met een receptie. Maar dus ook zónder weg te moffelen dat de kiem van dat alles een idee was dat uit de politieke oppositie kwam.

Klinkt zulks in de oren van mijn dorpsgenoten al schier onvoorstelbaar, toch wordt het nog sterker. Willie Verhegghe ging twaalf jaar geleden immers aan het werk vanuit een – vooral voor een dichter – onmisbare maar door het stadsbestuur ook expliciet opgelegde onafhankelijkheid: hij zou ongebonden zijn ding moeten kunnen doen. Welk een verschil met mijn woonplaats, waar ik drie-vier jaar na Ninove de aanzet gaf om als eerste plek in Vlaanderen een dorpsdichter te nemen. Dat dit gelukt is, mag op zich een wonder heten, maar ik herinner mij alsof het gisteren was de voorwaarden waarin de (on)gelukkige aan de slag moest. In tegenstelling tot de Ninoofse stadsdichter, die gewoon gevraagd werd of hij het wilde doen, dienden gegadigden voor ons dorpsdichterschap te kandideren door een volledige productie van gedichten voor het komende jaar in te zenden! De bekommernis was – en ik verzin niets – dat men op basis van één opgelegd gedicht wel een behoorlijke dichter zou kunnen selecteren, maar wie garandeerde dat zo’n man of vrouw verzen uit het juiste hout zou blijven kerven zodra hij of zij de titel op zak had?

Het verschil in mentaliteit vertaalt zich vandaag in het verschil in situatie tussen mijn gemeente en de nabije provinciestad: bij ons werd het vinden van een dichter met de jaren steeds moeilijker en stierf het dorpsdichterschap een stille dood, terwijl Ninove in een gevulde schouwburgzaal kon uitpakken met een bijna 100 blz. dikke bundel vol stadsgedichten…

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s